PKD

Polycystic Kidney Disease wordt veroorzaakt door een fout in het DNA waardoor een bepaald eiwit wat van belang is voor een goede nierfunctie verkeerd wordt aangelegd. Omdat PKD dominant vererft zal al bij de aanwezigheid van één allel PKD1 de ziekte tot uiting komen. PKD is in Nederland geïntroduceerd door import van enkele PKD-lijdende katten uit Amerika en wordt voornamelijk gezien bij Perzische katten en kruisingen daarvan. Naar schatting heeft circa 1/3 van de Perenpopulatie in Nederland deze aandoening en omdat de vererving dominant is zullen ook kruisingen met Perzische katten vaak lijder zijn (zoals de Brits korthaar, de Heilige Birmaan en de Ragdoll). Het goede allel wordt in de literatuur meestal pkd1 genoemd. 

Symptomen
Hoewel de aandoening aangeboren is zullen de symptomen meestal pas optreden wanneer de dieren 6-7 jaar oud zijn. Dit komt omdat de nieren lange tijd in staat zijn om de verminderde functie te compenseren. Pas wanneer er 70-75% van de nierfunctie verdwenen is zullen er klachten ontstaan. De symptomen die aanwezig kunnen zijn, zijn dus de symptomen van chronische nierinsufficiëntie:

  • Veel plassen
  • Veel drinken
  • Verminderde eetlust
  • Vermagering
  • Apathie
  • Braken
  • Bleke slijmvliezen ten gevolge van bloedarmoede (verminderde aanmaak erythropoïetine)
  • Uitdroging
  • Soms zijn de bobbelige nieren bij buikpalpatie voelbaar

Diagnose
Met behulp van echografie kan de diagnose PKD in een vroeg stadium (nog voordat er klachten zijn) gesteld worden. Vanaf een leeftijd van zes maanden is de echo redelijk betrouwbaar. Wanneer er op jongere leeftijd een echo gedaan wordt is deze nog wel eens vals-negatief en kan de echo op zes maanden leeftijd herhaald worden. 

Behandeling
Er is helaas geen afdoende therapie voor katten met PKD. De cysten in de nieren kunnen niet verwijderd worden en door het progressieve verloop dat de nierfunctie steeds slechter worden. De behandeling bestaat uit het ondersteunen van de nierfunctie met een nierdieet en medicijnen die de doorbloeding van de nieren verbeteren (de zogenaamde ACE-remmers). Een nierdieet bevat minder eiwit en zouten zodat de nieren in hun werking ontlast worden. Ondanks deze aanpak zal uiteindelijk de nierfunctie in de tijd slechter worden.

Preventief
Het is heel verstandig om een DNA-test te laten uitvoeren op PKD vóórdat de kat wordt ingezet in de fokkerij. Met deze bloedtest wordt de erfelijke aanleg voor PKD bepaald en wanneer de kat drager is van één of beide PKD1-allelen mag deze niet worden gebruikt in de fokkerij. Alleen op deze manier kan een ziekte als PKD uiteindelijk uit een ras gefokt worden. Bij het bloedprikken zijn de stamboekgegevens én een chip noodzakelijk omdat het laboratorium anders geen uitslag op naam kan en mag geven.

De DNA-test kan de volgende uitslagen opleveren:

  • pkd1/pkd1    ⇒ De kat is PKD-vrij.
  • PKD1/pkd1   ⇒ De kat is PKD-lijder en zal in de toekomst PKD krijgen.
  • PKD1/PKD1  ⇒ Deze combinatie komt niet voor omdat deze kittens niet levensvatbaar zijn.

U kunt de fokker altijd vragen naar de resultaten van de testen en deze in zien.

Bron: Diergeneeskundig Centrum